Ik had het al gevreesd. Vier uur later ging Sri’s wekker af. Het was Koninginnedag.
Ze sprong recht en begon koffie te zetten en allerlei drukke dingen te doen. Ik weigerde me levendig te tonen. Ik hoorde ze spreken over wekken maar ik protesteerde met een kreun. Uiteindelijk verplichtte al het geroffel me aan het feit dat het dag was te wennen. Ik nam een Dafalgan en een douche en stal wat uit de koelkast als ontbijt. Sri opende een Hoegaarden. Ik paste en maakte kennis met de Tsjechen. Het meisje waarmee Sri de huur deelde legde de hele situatie wat uit. Ik keek op naar haar: ze was zo ongeveer een halve kop groter als mij. Haar twee gasten waren evenals zijzelf van Praag. Ze had samen met Boris, de jongen, de lagere school doorlopen en hij was een goede vriend sindsdien. Linda, het meisje kende ze zelf enkel van zien, tot de dag voordien. Van bij de eerste blik zoog haar verschijning me in haar op. Haar schoonheid liet me geheel niet onberoerd. Ze had een prachtig, fijn gezicht en alles zat in mooie proporties. Het was lang geleden dat ik nog zo’n schoonheid van nabij had gezien. Ze waren de dag voordien samen naar een coffeeshop geweest en hadden de hele avond jointjes gerookt en zijn dan uiteindelijk vroeg gaan slapen, vertelde het meisje me. Hun Engels was niet zo goed, maar ze probeerden.
Met veel creativiteit dosten ze zich allen met veel fel oranje uit. Ik kon dat niet maken, zei ik. Voor mij was dat landsverraad. Ik kon me gewoonweg niet affileren met de nationalistische symbolen van mijn buurland. Ze begrepen het niet, maar ik hield vol. Uiteindelijk nam ik een fluorescerende oranje beker in de hand die ik de dag voordien ergens had gevonden en zei: “zo zal ik de hele dag rondlopen: drinkend van vloeibare oranje feestvreugde als van het bloedende hart van de nationalistische Hollander!” We vulden onze rugzakken met goedkoop bier en gingen de andere beneden opwachten.
De zon scheen volop. Ze beukte genadeloos in op mijn kop. Maar het was 23 graden: T-shirtweer: perfect voor een dag als dit. We wachten nog even, namen wat foto’s en met een bende van 10 à 15 gingen uiteindelijk we te voet op pad, op naar het centrum.
Op een stel Amerikaanse couchsurfers en ikzelf waren ze allemaal verkleed. De Tsjechen hadden kartonnen oranje snorren. Sri leek wel een Maya-godin. Onbeschrijfelijk. (http://picasaweb.google.com/YourHighnessJohannes) De Spanjaard had een Bulgaarse vlag rond zijn midden en had oranje haren. Het was moeilijk om mijn ‘Vlaams’ standpunt te verdedigen tegen al die buitenlanders die zo in de ban van de oranje gekte waren. Maar voor mij was het duidelijk. Als ik ook zo helemaal in het oranje zou lopen en dan mijn mond open tegen een Nederlander… de schaamte die daaruit zou volgen. Ik ben toch liever de Belg met het grappige accent dan een overloper en een tweederangs Nederlander. Dat ze het niet begrepen kon me gestolen worden. Het ging om grotere, hogere, meeromvattende zaken, van patriotisme, loyaliteit en solidariteit.
Met de zon drukkend op het hoofd, liepen we de gezellig smalle straatjes van het centrum in. Mijn eigenaardig verklede compagnons trokken geamuseerd grijnzende blikken aan. Naargelang we het centrum naderden ging het oranje evenwel minder opvallen. Alles was er oranje: linten die van links naar rechts de straat overspanden, trossen ballonnen die de balkons sierden, vlaggetjes,… om dan nog te zwijgen van de oranje accessoires die overal te koop waren, en door onze groep gretig opgepikt werden (ik kocht een oranje zonnebril van 5 Euro).
We openden een eerste biertje en liepen langs oneindige rommelmarktjes. Elke Amsterdamse inwoner leek wel een standje te hebben. Een man volledig in oranje met twee dartele oranje meisjes aan zijn zij stond aan een winkeltje dat met oranje ballonnetjes en doeken was versierd, hij stond op een krukje met een oranje semafoon boven zijn hoofd tegen zijn gsm gedrukt, zijn hoofd heftig knikkend op de beat. Een sterk vervormd hardstyle deuntje werd boven de hoofden van de voorbijgangers over de straat verspreid. Een kraampje afficheerde “alles: vijf Euro.” Ik zei: “Alles, alstublieft!” greep ostentatief naar mijn portefeuille en wandelde lachend voort.
We liepen over en langs de grachten. Ze lijken allemaal op elkaar. Overal dobberden bootjes en geïmproviseerde vlotten met kleine motoren, speciaal voor Koninginnedag ineengestoken, overladen met oranje feestgangers. Sommige bootjes hadden ook een generator, en bij sommige werd er gedanst, sommigen staken zelfs de mensen op de oevers en de brugjes aan en werden met vrolijk een gejoel toegejuicht.
De groep viel geleidelijk aan uit elkaar. We vonden enkelen terug. Ik verdwaalde met anderen. En weer vonden we een groepje terug. Uiteindelijk verloor ik de bende samen met de Tsjechen waarmee we de kamer deelden. Sri en Moriaka waren uit het zicht verdwenen en ik stelde me tevreden met Sri’s grote oranje medebewoonster, en Boris die er met zijn nieuwe oranje hoed, zijn oranje snor en zijn oranje sjaal, veel te grappig uitzag, en zijn veel te mooie vriendin die er klaarblijkelijk ook niet minder zin in had. Ze maakten er een punt van in mijn nabijheid steeds Engels te spreken en we dronken weliswaar aan een uit te houden tempo, maar quasi onophoudelijk. We kochten het bier steeds in grote aantallen en liepen steeds met een voorraadje bier in de rugzak.
We gingen zitten in een parkje aan een plas en praatten wat. De sfeer was aangenaam. Het weer was ideaal. We speelden het spel: ‘ik ga naar het Amsterdamse Red Light District en ik neem mee…’ en iedereen leefde zijn of haar fantasieën uit. Het leek op stof voor een psycho-analyticus.
Op een immens groot plein speelde Tiësto. Ik vond een bus oranje haarspray op de grond en we lieten ons gaan. Ik ging voor een oranje Joker-smile, en liet Linda zich eens uitleven op mijn gezicht. Zo liep ik dan overigens de volgende 6 uren rond, met een dikke oranje streep op mijn gezicht.
Ik schoof zo ongeveer een half uur aan tussen de Hollanders om frieten voor mijn Tsjechische vrienden en mezelf de kopen, en ik hoorde een dronken vriendengroep uit over Ketnet en Samson en de Vlaamse moppen. Ik vertelde hen dat Sesamstraat aanvankelijk een Vlaams-Nederlandse coproductie was, maar dat vonden ze dan weer niet zo leuk. Eigenlijk wisten ze niet wat ze van Belgen moesten denken. Ze hadden er nog nooit bij stilgestaan. Alleen wisten ze dat ze er wel iets over moesten denken – of toch iets meer dan dat ze dat taaltje dat we spreken wel grappig vinden. Maar meer kwam er niet uit – hoewel het volume wel steeds ‘meer’ werd.
Na de frieten gingen we weer meer bier inslaan en kochten we een jointje in een coffeeshop dat we dan vervolgens in een bootje op één van de grachten oprookten. Het was een perfect moment, perfect stressloos – zo een zeldzaam moment waarin de bedwelming niet met het geweten in conflict komt. We hadden geen verplichtingen, en ons groepje van vier ging zo goed tezamen, dat we ook aan geen verantwoording tegenover elkaar verplicht voelden. We konden gewoon zittend genieten, rondkijkend genieten. Ik vertaalde op een wat cynische manier wat van de dialogen tussen passanten en ik raadde luidop denkend wat ze dachten. Iedereen was hier op weg naar nergens. “Laten we samen verdwalen,” zeggen ze zichzelf, “ik weet de weg.” Het was een mooie plek om te zetten, net iets uit de stroom van de massa, perfect om wat te observeren en commentariëren.
Van aan de overkant van het water waren groovy deephouse-tunes te horen. Er stond veel volk bij het podium en er werd duidelijk gedanst. Ik stelde voor daarheen te gaan. Ze stemden in. We borgen de rest van het jointje op en gingen op weg. Ik ging zonder achterom te kijken voorop lopen, opdat ze niet zeker zouden veranderen van gedacht, en ik leidde ze het glimlachend dansende gewoel in. Een MC zong op de gladde, hypnotische deephouse-beats, en ondanks het sterke zonlicht dat het ‘verdwijnen in de massa’ wat hinderde, gingen we algauw ongeremd zweven op onze high in een volledig lichamelijke high. Als een Zen-achtige ervaring.
In de vroege avond ging het volume naar beneden en dropen we af op zoek naar andere oorden. We wandelden urenlang terwijl de zon langzaam achter de horizon verdween. De straten lagen vol met afval. De rommelmarktjes waren weg en hadden hun overal achtergelaten. We speelden voetbal met lege flessen, met schoenen. Ik nam een lange slinger met oranje vlaggetjes mee en liet een drankkarton dat zich rond mijn voet had geklemd hangen.
Op een pleintje troffen we dan eindelijk Sri en Moriaka. We maakten kennis met wat andere lui die toevallig in de buurt zaten. De Tsjechen waren moe. Moriaka ook. Ik bleef nog wat met Sri en onze nieuwe vrienden nakletsen. Op de terugweg, toen we dan uiteindelijk van onze 14 uren durende boemeltocht terugliepen naar het appartement, bespeurde ik in een lege, donkere straat nog twee jongens op een bankje zitten kletsen. Tegen Sri’s verzoek in, ging ik hen vragen of ze een jointje konden missen. Coffeeshops zijn hier wat te ver, zei ik, en ik gebruikte dat goede oude vertelseltje dat dat in België normaal is, zo om naar één enkele joint te vragen. De jongens vroegen vanwaar we kwamen en ik liet Sri het woord voeren terwijl ik met één van de jongens zijn hash een jointje draaide. Het was ontspannen. De straat was leeg en donker. Op een uitgebluste feestganger op zijn weg naar huis na, was er niets te zien. Maar het was er aangenaam zitten. Het was nog steeds warm, en de jongens waren goed gezelschap. Ze gaven tot slot nog een brokje hash en wat blaadjes mee, zodat we zeker niks tekort zouden komen, en we gingen weer op weg. Ik vertelde het aan Sri dat ik mensen op extacy wel mag, die zijn altijd hartsverwarmend vriendelijk. Goede drugs.
Sri sliep weer op haar dubbelgevouwen dons met een klein fleece-dekentje op haar, maar ik was te uitgeput om beter een alternatief te verzinnen. Wat ze deed, vond ik gek, en ik wou helemaal haar bed niet opeisen. Maar ik kon niets degelijks uitbrengen.
Volgende dag was weer een stralende lentedag. Sri ontbeet weer met een biertje – ik met muesli en yoghurt. Ze ging naar boven, naar de kamer van de Pool en zijn moeder, waar de vriendenkring meestal ook verzamelde. De Tsjechen stelden voor om weer met hen mee te gaan. Ik zei dat ik liefst in een parkje wou gaan zitten. Zij wouden wat sight-seeing doen. Ik ging Sri naar haar plan gaan vragen, maar dat bleek niet veel meer in te houden dan nog een biertje drinken. Uiteindelijk kwam ik met de Tsjechen tot het compromis om overal in Amsterdam een beetje te gaan zitten. Iedereen tevreden – en ik zei dag aan Sri.
Boris en Linda waren beiden rechtenstudenten. Ze houden van het nachtleven in Praag, vertelden ze, en alhoewel ze beiden een job naast hun studies deden, kwamen ze kennelijk weinig tekort om hun uitgaansleven te financieren. Het waren fijne mensen. Linda had verschillende boeken gelezen die ik ook gelezen had, en Boris had die ochtend inspiratie opgedaan in een youtube-filmpje (http://www.youtube.com/watch?v=qqXi8WmQ_WM - en ook: http://www.youtube.com/watch?v=jvjDr8KKtsE) en zong de hele dag de kinderlijke, politiek incorrecte teksten ervan. Katerina interesseerde me eerlijk gezegd heel wat minder. Ze was niet mooi en niet grappig, en het leek wel een soort van compensatie van mijnentwege wanneer ik haar probeerde in onze moppen te betrekken.
We sjokten langs de Amsterdamse walletjes, langs de seksboetieks en hoerenkoten. De bomen verloren hun bloesems en de wind verspreide de wit-rozige blaadjes over de kades. Het was gezellig. We praten over erotiek en seksualiteit (voor een groot deel voortgaand op wat de dag ervoor in het park aan bod was gekomen). We becommentarieerden alles en keuvelden onophoudelijk de hele dag. Dat seks leuk is, en een goede masturbatietechniek een kunst (waarvan beoefenaars dus ‘kunstenaars’ genoemd kunnen worden), werd in onze luie slentertocht steeds opnieuw bevestigd. Boris zong “Show me your genitals,” en Linda maande hem dat hij de verkeerde aandacht op zich trok. Nu en dan stopten we voor een biertje en/of een hash-jointje en we keuvelden zonder ophouden.
De volgende dag deden we een fietstocht. Sri ging ook mee. Ik leende een fiets van iemand uit de home. Linda en Boris huurden er één. In geen tijd waren we uit de stad, omringd door een groen graslandschap en heel veel water. De kanaaltjes lagen hoger dan de omliggende velden. We reden naar een typisch dorpje dat in de Lonely Planet als de moeite waard werd aangegeven. Het was een dorpje dat helemaal op toerisme leefde echter. Ik hoorde er alle talen behalve Nederlands. Grappig genoeg, verstond ik ze allemaal. Het waren hoofdzakelijk Amerikanen, Fransen en Duitsers.
’s Avonds dronken we een sterker bier op een terrasje onder een molen bij zonondergang. We gingen eten en daarna gingen we een joint roken in een coffeeshop. Buiten op straat maakten we nog wat creatieve zaken met light graffiti tot als de meisjes ermee dreigden zonder ons door te gaan.
Volgende dag was het weer wat minder mooi. Boris en Linda wouden weer een wandeling doen. Ik had problemen bij het vinden van vervoer naar Hamburg en bleef nog even achter om op mijn computer te tokkelen. Later vervoegde ik hen weer. We rookten weer een joint en liepen nog even rond. Dan was het tijd voor hun afscheid. Samen met hun gastvrouw dronken we nog een koffie en namen afscheid. Ze nodigden me uit om hen te komen opzoeken in Praag, maar ik zei dat de kans heel klein was dat ik zover als Praag zou afwijken van mijn route.
Volgende dag deed ik een wandeling met Sri en enkele vrienden uit de home. We dronken een koffie en kletsten. Ik voelde me niet helemaal goed in de groep en het leek me alsof de groep geleid werd door je reinste willekeur. Elk voorstel, de subtielste suggestie maar ook, werd in de wind geslagen, en we wandelden langs drukke straten, zo goed als nergens heen.
In de terugweg kocht ik een jointje om de laatste avond mee af te sluiten, en terug op het appartement toonde ik het opmerkelijke Nederlandse fenomeen ‘Slikken en spuiten’ op mijn laptop (alle uitzendingen staan op de website van BNN: http://www.bnn.nl/).
Volgende dag nam ik afscheid van Sri en Katerina. Ik had uiteindelijk toch een Mitfahrt naar Hamburg gevonden. Het was een breedgeschouderde Duitser met een grote Audi A4.
maandag 29 juni 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten