Het weer was perfect. Het was half april maar het voelde als zomer. Aan het station van Nürnberg vond ik de Mitfahrt waarmee ik via het internet een afspraak geregeld had. De bestuurder bleek een erg interessante man te zijn die Mitfahrtgelegenheit helemaal niet voor het geld bleek te gebruiken. Ik opende de gesprekken met een wat aftastende gedachtewisseling over welke motieven geoorloofd zijn om Mitfahrgelegenheid te gebruiken – zoals verlaging van de impact op het milieu, uitwisseling van ideeën, zichzelf uitdagen in het leren kennen van nieuwe mensen, en natuurlijk ook die gunst die men daarmee aan anderen aanbiedt. Het klonk als een besluit voor de hele discussie wanneer hij me meedeelde zeven Euro te vragen voor de rit – veel minder dan ik had verwacht eigenlijk. Ach ja, onderhandeling afgesloten.
Hij was een professor in Heidelberg en onderwees ginds kunstpedagogie. De zon straalde door de voorruit op mijn T-shirt en mijn dikke warme jeans. We reden het grootste deel van de tijd met de vensters geopend. Het was warm maar aangenaam, en met het geruis van de verfrissende wind op de achtergrond babbelden we de hele weg van Nürnberg naar Heidelberg, twee uur aan een stuk. Onze gesprekken kabbelden zo in de loop van de rit over een hele reeks van onderwerpen naar een erg interessante discussie over de uitdagingen die een onderwijzer gesteld worden bij de confrontatie met schone, fysiek aantrekkelijke studentes. Zo gaf hij toe daar niet geheel koud en onverschillig tegenover te staan. Ik vertelde dat dit net als ‘verleiding’ (mijn thesisonderwerp van destijds) een typisch filosofisch onderwerp is, in zoverre het principieel onsystematiseerbaar geacht wordt, en derhalve gedoemd is onwetenschappelijk te blijven. Mijn Duits was allesbehalve perfect, maar het Engels dat ik ertussen frutselde om hier en daar wat te verhelderen bracht zo weinig reactie op dat ik het meer en meer achterwege liet en me in het Duits trachtte duidelijk te maken – net zoals ik dat in Frankrijk ook steeds in het Frans deed.
Het ding is, zo stemden we eensgezind met elkander in, doorgaans zwijgen academici over zulke thema’s. Ze negeren het probleem simpelweg. Als insider – dat is, als anonieme insider, tegenover die vreemd pratende Belg naast hem – stemde hij volmondig in. Niemand erkende het probleem – behalve wij, op dit moment, bij hem in de auto. De frisse bries deed ons kennelijk goed. We dachten samen verder na over het probleem – dat o zo miskende probleem. Bij het lesgeven moet er men immers rekenschap van afleggen, ja kennis en informatie wordt enkel overgedragen dankzij een soort van relatie tussen onderwijzer en student. Opvattingen en overtuigingen zijn geeft men nooit zomaar aan de eerste de beste weg. Noem het een vertrouwensband. Want er wordt nu eenmaal niks doorgegeven in een sfeer van onverschilligheid. Zonder aantrekking is er geen interactie, en al zeker geen overdracht. Uiteindelijk is lesgeven ook verleiden, zo moest hij toegeven.
We praatten verder over gevallen van overcompensatie waarin mooie meisjes, of bevallige mensen in het algemeen, te mooi geacht worden om slim te zijn, of zelfs afgestraft worden wanneer ze met een mening naar buiten komen die te zeer afwijkt met de mening van prof. Uiteindelijk is het aannemelijk – vanuit een Darwinistisch oogpunt – dat proffen hun grootsheid weerspiegeld willen zien in die van mooie mensen. Dat verhoogt om zo te zeggen de verleidelijkheid van hun eigen idee, waardoor ze immer meer overtuigd geraken van hun gelijk – en ja, dat speelt mee in hun machtsdrift. Alles leek ineens zo eenvoudig ineen te zitten.
Ik werd afgezet in het centrum van Heidelberg. We wisselden contactgegevens uit en namen afscheid. Ik liep meteen de toeristische infodienst binnen op zoek naar een kaartje. Mariana wachtte op mij. Ik nam een bus en trof ze voor haar flat, buiten op het balkon. Ze woonde wat buiten de stad, in een lage blok omgeven met veel groen en vele, prachtige bloesemende bomen en struiken. Het was lente. Het was ook warm. Mariana zat buiten. Ze gaf me een kort toer van haar flat en we gingen terug naar het terras. Ze opende twee biertjes en de introductie kon beginnen.
Mariana was 26. Ze studeerde haar 9de semester filosofie en godsdienstwetenschappen en had nog wel een tijdje voor de boeg. In Duitsland is het normaal om lang te studeren. Voor wat zij deed was 5 jaar het minimum. Zij zou er wellicht 6 over doen. Mariana haar vader was Mexicaans, haar moeder Duits. Beiden woonden ze nu in Mexico. Zij woonde hier, samen met twee vrienden, in een ruime flat. Eén daarvan zou ik later nog leren kennen, de andere was bezig met een soort van spirituele reis in India. Ik leunde achterover in de terrasstoel en genoot van het uitzicht over het dal. Mariana was een heel aangenaam gezelschap.
We aten wat en gingen in het centrum op een grasveld langs de rivier zitten. Onze gesprekken waren geruisloos overgegaan van een aanvankelijke kennismakingsgesprek naar de meer filosofische onderwerpen. We praatten vanuit een gemeenschappelijk interesse over postmoderne filosofie, deconstructivisme en de aard van taal en identiteit en dat soort zaken. Mariana kon goed praten, ze kon dingen uiteenzetten met filosofisch gewicht, en ze kon bovenal ook luisteren. Het was waarlijk stimulerend met haar te spreken over zulke zaken. Ze dacht graag op niveau, en ze had ongewoon veel interesse wat anderen die graag denken, dachten. Klasgenoten van Mariana kwamen ons vergezellen aan het water, maar toen haar vriendinnen erbij kwamen begon de discussie, in de snelle vaart die het ondertussen al had aangenomen, wat te slingeren, en het ontspoorde uiteindelijk. We babbelden dan maar wat over porno en de jeugd van tegenwoordig – minstens even interessant.
Volgende dag deed ik een wandeling door de stad en verkende ik de toeristische sites. Het centrum was erg toeristisch. Alles was, net als Nürnberg, zodanig goed gerenoveerd dat het spijtig genoeg onauthentiek leek. Het was een pretpark voor fotografen en terrasjeslui, maar nogal doods en de mensen die ik op straat te zien kreeg waren doorgaans gepensioneerd en of Japans. In tegenstelling tot Nürnberg was de stad evenwel niet herbouwd – louter gerenoveerd omwille van het toerisme. Ze was gespaard gebleven, doordat (naar verluid) een Amerikaanse generaal er een vakantiehuisje had staan en de stad ook te mooi vond om plat te bombarderen. Niettemin werd het toerisme later uitgebuit, en de vele studenten compenseren die sfeer van oppervlakkig ‘kiekjes maken en weer weg’ niet. Ik nam (natuurlijk) zelf ook de nodige foto’s om te kunnen bewijzen dat ik er geweest was. Volgende dag deed ik een jogging langs de Filosofenweg, waar dichter-filosofen als Hölderlin ooit hun inspiratie kwamen opdoen. Het was een mooi pad door de bossen, over de kammen van de heuvels die uitkeken op het historisch centrum en het oude kasteel.
Volgende dag nam ik afscheid van die geestrijke vriendin die ik in Mariana had gevonden, en ging ik naar Meike, mijn tweede gastvrouw in Heidelberg. Toen ik de foto op haar profiel van Couchsurfing bekeek had ik gedacht dat dit misschien wel eens een werkelijk aantrekkelijk meisje zou kunnen zijn. Maar, zoals gewoonlijk ondertussen, bleek er sprake van een subtiel gezichtsbedrog. Ze had haarzelf een avatar geschapen waarin die ene onvolmaaktheid die haar zo karakteriseerde niet voorkwam. Ze was sportief en ook haar gezicht was mooi gevormd, maar zodra ze haar mond opende tierde de waarheid echter op me af. – Vreselijk hoe men mensen een beugel kan ontzeggen.
Ze was evenwel ook een beetje vreemd. Ik was haar eerste gast van couchsurfing. Ze had haar flat volledig opgeruimd en het was alsof ik in een hotel terechtkwam, en steeds insisteerde ze, ik mocht, en ik kon zelfs niet helpen met de vaatwas, het maken van mijn bed, alles. En ze had zelfs een verwelkomingsgeschenk gekocht: een zak Haribo-snoepen!
Meike was verliefd op Groot-Brittannië (zo formuleerde zij het) en het Hebreeuws. Overal in haar huis hingen Union Jack-vlaggen en stonden Britse ornamentjes uitgestald en overal hingen kaartjes met Hebreeuwse namen, voor gewone keukenvoorwerpen, van ‘de tablet’ tot ook ‘de muur’, ‘de zetel’, enzovoort. Redenen voor die liefdes leek ze echter niet hebben. Ze was 29 en werkte halftime met gehandicapten en had een huurhuisje met alles wat men ook maar kan willen. Haar dromen, haar grote liefdes, leken allesbehalve realiseerbaar, en erg overtuigend schenen ze mij ook niet.
Meike maakte graag plannen (voor anderen dan toch). Voor de tijd dat ik er zou zijn, had ze nog niks te doen. Ze wou me haar stad tonen en ik liet overtuigen een fietstochtje te doen. Het begon algauw te regenen, maar we reden door. Ik had zelf wat problemen al de schoonheid te zien die ze me wou laten zien. Wellicht had het ermee te maken met het feit dat ze aan een hoog tempo fietste en ik op een slechte fiets reed, en natuurlijk, dat het koud was en regende. Maar ik wou geen domper zijn op haar enthousiasme en openheid.
Ook de volgende dag regende het. Ze leidde me weer wat rond en ik vond ook weer weinig aanknopingspunten om ons in onze gesprekken tot iets hogers, tot hogere gevoelens van eensgezindheid te voeren. Zij nam daar echter genoegen mee. Ik sprak niet van mijn gemis en belde nog een keer naar Mariana, alhoewel ik geen een afspraakje geregeld kreeg.
Het weekend was aangebroken. Het was vrijdag. Meike nam me meer naar enkele van haar vrienden, buitenlanders. Een Mexicaan met een Amerikaans diploma (en een overeenkomstig accent) organiseerde een houseparty. Er werd Engels gesproken. De buitenlanders konden geen Duits. Ze werkten er, in allerhande verschillende sectoren, maar vonden Duits te moeilijk. Ik leerde een Amerikaanse kennen, een Portugese, en een hele hoop anderen. Ze hadden allemaal hoge diploma’s, het waren ingenieurs, informatici, hoog opgeleide technici, enz. Later gingen we nog naar een studentenfeestje en een club. In de club speelde Russische Disko. Het was leuk, die muziek was super, maar alles bleef binnen de perken. Er waren te veel Amerikanen en de club straalde te weinig atmosfeer uit.
De volgende dag maakte ik mij klaar voor mij mijn verhuis naar Keulen. Meike wou die dag wat mensen uitnodigen. Aanvankelijk was er een bbq gepland op de grasveld in het centrum, maar aangezien die door de regen in het water was gevallen, wou ze die mensen dan maar naar haar huis laten komen. Ze stond vroeg op en maakte allerlei hapjes klaar en ging drank kopen. Een 10 tal mensen gingen in op haar uitnodiging. Buiten regende het. Om 2 uur begonnen ze toe te komen. Er werd gekeuveld over alles en nog wat en het Engels kreeg weer de bovenhand.
Ik hoorde Meike in een gesprek met een vriend van haar zeggen dat ze dit voor mij had georganiseerd. Het had die laatste dagen de hele tijd geregend en ik had niet zoveel kunnen zien van Heidelberg en alles viel tegen – voor mij. En daarom had ze dus al die vrienden uitgenodigd.
Ze was dus wel degelijk gek. Ik wist eerlijk gezegd niet hoe ermee om te gaan, tenzij dan door haar er gul, maar met een dubbel gevoel, voor te bedanken. Maar dan was mijn deadline aangebroken. Een verlossing. Want meer dan “dankjewel” kon ik haar toch niet meer zeggen. Ik wuifde haar vaarwel en trok naar het station, waar mijn volgende Mitfahrt me opwachtte.
dinsdag 9 juni 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten