In Nürnberg had ik afgesproken aan het centraal station. Mijn eerste Duitse stad. Ik probeerde aan het idee te wennen. Het was mijn eerste bezoek aan Duitsland. Voordien reed ik er steeds doorheen. Nürnberg is een stad in het Noord-Westen van de deelstaat Beieren. Het is een relatief grote stad, na München de tweede grootste van Beieren, met haar ongeveer 500.000 inwoners, en heeft een lange en interessante geschiedenis die ver terugreikt tot in de Middeleeuwen. Ze gold in tijden van het Nationaalsocialisme als een typisch Duitse stad, als een prototypische stad, kan men wel zeggen, met een prototypische Jodenhaat met ook op zijn beurt een lange en interessante traditie. In de dertiger jaren vormde het een soort bedevaartsoord, doordat de Reichsparteitag er georganiseerd werd – een dag waarop aanhangers van de Nationaalsocialistische partij uit het hele Duitse Rijk naar ginds afzakten, en samenkwamen om zich te verbroederen, om samen de geroemde Bayerische bieren te genieten. In de oorlog werd de stad volledig platgebombardeerd maar na de Tweede Wereldoorlog werden veel van die Middeleeuws uitziende huisjes wederopgebouwd waardoor het toerisme weer welig kon tieren. Ook vandaag nog is Nürnberg – of het toeristisch pretpark dat er in de plaats van kwam – een veelvuldig bezochte stad. Met deze hele waslijst aan verwachtingen en pasklare kritieken kwam ik aldus toe.
Ik was nog bezig met aan louter het idee te wennen, in Duitsland te zijn terechtgekomen, en hield me nog hoofdzakelijk bezig met mijn omgeving af te speuren naar typische Duitse zaken, naar kenmerken van de Duitse cultuur, en ik werd opgeschrikt door een hels lawaai. Op een tiental meter van mij vandaan reed een auto 6 stalen paaltjes van het voetpad af, om dan vervolgens, na een 30tal seconden rust, met een lekke band en een rokende, opstaande motorkap en een over de grond schrapende bumper vluchtmisdrijf te plegen. Nog veel meer lawaai. En dat vlak voor de hoofduitgang van Nürnbergs centraal station. Heel subtiel. – Wel een goede kennismaking met Duitsland, met Beieren, hun nieuwe VW Golfs en hun bieren (ja dat leid ik zelf af, maar ja, van een rechte afwijken en de paaltjes van het voetpad afrijden: dat kan niet anders dan aan drank te wijten zijn). Was nochtans wel een mooie auto. Beieren leeft!
Ik maakte kennis met Ina, in het Duits. Voor het eerst sprak ik Duits. Maar ze had geduld – wellicht omdat ze me wel zag zitten en haarzelf heel wat hoger inschat dan dat ze met haar lijf op de vleesmarkt verwachten kan. Ze zag er heel wat slechter uit dan op haar foto’s op haar couchsurfing-profiel. Enigszins voelde ik me gestrikt, anderzijds voelde ik me gul ontvangen, zoals altijd bij couchsurfing, en zeker al omdat ze het geduld opbracht me in het Duits uit te horen. Ik vertelde haar over de Golf die net – tak tak tak tak tak tak – over die dingen daar reed en dan wegvloog, euh, vluchtte, wegvluchtte bedoel ik.
Het was betrekkelijk laat in de avond. De rit had lang geduurd en mijn Mitfahrt was ook tamelijk laat vertrokken. Ina en ik gingen even langs bij een vriendin die een verdieping lager woonde en gingen daarna naar boven. Ze deelde me haar planning voor de komende dagen mee. Ze legde me uit dat ze een stage loopt als make-up-artiste. Ze werkte in de opera van Nürnberg en deed daar samen met twee andere vrouwen de make-up en het haar voor een ballet-voorstelling. Ze werkte doorgaans van 9 tot 12 en dan van 18 tot 21 uur. Komende vrijdag was het Goede vrijdag, dan werkte ze niet. (Het was dinsdag.) Ze verwees me verder naar mijn matrasje op de grond en ik ging slapen.
De volgende dag was ik nog niet lang wakker voordat Ina binnenkwam, terug van werk. Ik schoot in mijn kleren en we trokken samen de stad in. Het was mooi weer. Ze liep me mee de berg naar het kasteel op en vroeg me wat naar de details van mijn reis. Wat ik vertelde was eigenlijk niet meer dan een aanvulling van wat op mijn couchsurfing-profiel te lezen stond, maar ze wist reeds van in mijn mails waaraan ze zich kon verwachten: ik zou enkel Duits spreken. Dit alles, alles wat ik hier deed, deed ik omwille van educatieve redenen.
Haar zo weinig ontsluiten over mezelf werkte in zekere zin ook verleidelijk, denk ik, in de zin dat ze ernaar verlangde heel basale zaken over me te weten komen en ik haar enkel in dat verlangen kon bevredigen. In zekere zin was het een taalspel, als een flirt, maar dan op een heel basaal, ‘burgerlijk’ niveau. Ze wist niet wat ik wist, en ik kon het haar maar bij mondjesmaat openbaren. De betekenissen die ik wou communiceren werden als door een zeef gestort, waarin deze die in het (in mijn Duits) communiceerbaar zijn, achterbleven.
We gingen een hapje eten op een terrasje en genoten het mooie weer verder op een grasweide met enkele van Ina’s vriendinnen. Het lenteweer ontspande. We zaten buiten, in de vrije lucht, op een open veld. Dat was eigenlijk iets wat ik lang niet meer gezien had. Niet alleen was de lente in Nürnberg ingetreden, hier was ook overal in de stad groen te zien, en net buiten de stad, buiten de binnenring liepen de publieke grasweides breed uitgestrekt langs de centrale rivier. Nürnberg was een mooie stad. Wellicht een voordeel van de bombardementen. Misschien moeten ze dat bij ons ook eens doen. Welja, de kitscherige wederopgebouwde huizen in het centrum konden me eigenlijk maar weinig boeien. Dat trok me minder aan. Het was werkelijk door en door toeristisch. Dikke, oude Duitsers: als die die uit de reisbrochures voor betonnen droomvakanties als in Mallorca worden weggephotoshopt. Ook dat verwonderde me eigenlijk. Ik had geen idee dat een Duitse stad zo toeristisch kon zijn. Maar wat voor een toeristen waren dat ook: dikke gepensioneerden die niks deden van foto’s nemen van die veel te clean wederopgebouwde huizen en grote kuipen bier dronken op de terrasjes. Om dan nog van de braadworst met zuurkool te zwijgen.
Ik zat daar goed op die weide. Het was er goed vertoeven. De vriendinnen waren sympathiek, en alhoewel ik aanvankelijk vreesde dat mijn Duits niet goed genoeg was om voor meerderen tegelijk te spreken, waagde ik poging. En ja, ze waren geduldig en hulpvaardig – elk om beurt stond ik ze een verbetering toe. Ze waren overigens allen in opleiding voor middelbare schoollerares – beter kon ik het eigenlijk niet getroffen hebben.
De volgende dag was donderdag. De volgende dag moest Ina niet werken maar ’s avonds zou de muziek overal al om 12 uur uitgaan, omwille van een Tanzverbot op Goede vrijdag. Beieren is zeer conservatief en, alsof dat nog niet erg genoeg is, zijn de machthebbende conservatieve partij ook Katholiek. Op vrijdag zou dansmuziek 24 uur lang verboden zijn, dat is, elke noot muziek in een commercieel uitgebate gelegenheid. Dat betekende bovendien ook dat mensen minder drinken en dat cafés vroeger sloten.
Ik besteedde de dag met joggen en in het park zitten en lezen, en dan weer met de vriendinnen van Ina afspreken, terwijl Ina werkte. ’s Avonds gingen we iets drinken, maar dat viel zoals voorspeld halvelings in het water. Ook de volgende dagen besteedde ik grotendeels buiten, op de weide, de laatste pagina’s in Stefan Zweig lezend, filosoferend met een Duits audiobook in mijn oren over de Geschiedenis van Duitsland in de vroeg moderne tijd. Ik voelde me in een vakantiesfeer.
Zaterdagavond deden we een BBQ. Er waren een 5tal jongens en een 3tal meisjes. Het was interessant eens in een Duits gezelschap te zitten, en dan nog een jongensgezelschap, van mijn leeftijd, waar ik me op tal van punten kon identificeren, en toch Duits, Bayerisch, trots en locaal georiënteerd. Dit was niet meer zoals in Wenen. Zij waren allesbehalve internationaal georiënteerd.
Het dichtste wat overigens bij een internationale oriëntatie in de buurt kwam, waren die gedeelde fantasieën die overal wel te vinden zijn, zoals reizen in Zuid-Oost-Azië of Zuid-Amerika of China of pakweg Nieuw-Zeeland (daar had Ina een maand gereisd). Op de koop toe, ik verstond het Duits behoorlijk goed. En alhoewel mijn woordenschat me niet toeliet een serieus gesprek aan te knopen, kon ik met lachen op de gepaste moment en in de gepaste toonaard van mijn actieve participatie getuigen. We toosten en dronken samen, haast broederlijk. Ja, “haast.” Ze speelden de hele avond Duitstalige punkrock door een klein speakertje. Vreselijk, als je het mij vraagt. Ik vertelde hen dat dat voor mij allemaal op Ramstein lijkt – ze vonden het nog helemaal niet zo beledigend als je zou verwachten. Enkelen bleken in een band te zitten. Punkrock bleek not dead. De hippie in mij (die ik eigenlijk ook maar dwaas vind) rebelleerde tegen al dat agressief geschreeuw. Maar ik verkoos het drinkend verbroederen en mijn ietwat afstandelijke houding. We gingen overigens niet laat slapen. Te veel Duits vermoeit mij.
De volgende dag moest Ina weer veel werken. Ik had me ondertussen al een Duitse SIM-kaart gekocht (heel goedkoop) en ik belde wat vriendinnen van Ina op voor plannen. Ik deed eerst nog een lange wandeling maar vervoegde dan een groepje vriendinnen en vrienden op een andere weide net buiten de stadsmuren.
Er was een rood lint opgehangen, zei ze me aan de telefoon. Ik kende één iemand, een meisje dat er de vorige avond op de picknick ook bij was. Ik kende ze echter allesbehalve goed. Ik ben haar naam overigens weeral vergeten.
De weides zaten vol, overal stonden ook BBQ’s opgesteld en werd er in de zon gebraden. Het was warm, zeker 25 graden (en dat in april!). Ik liep verder totdat ik het rode lint zag. Het was zo’n lint dat tussen twee bomen was gespannen om op koord te dansen. Dat had ik hier nog al gezien op de weides, samen met de hyper dure trial-mountenbikes (zo van die mountenbikes met een minizadel en schijfremmen om hindernissenparcours af te leggen) waren die linten iets nieuws wat Nürnberg waarlijk kenmerkte.
De groep was groter dan verwacht. Ik zag één bekend gezichtje. Ze groette me vriendelijk en stelde me voor aan de mensen naast en rond me. Ik schudde wat handjes en ging zitten. Er waren wel zeker 15 nieuwe gezichten rond me. Ze hadden allemaal drank mee. De typische grote pinten van een halve liter. Iets anders drinken ze hier niet. Er stond ook een BBQ opgesteld. Voor later, nam ik aan. Het was nog maar 17 uur.
Ik maakte kennis met een Zwitser die er op bezoek was. Hij had één van de jongens leren kennen op de transsyberische express, de trein van Moskou naar Mongolië en China. Hij vertelde me over hun reis. De Zwitser bloeide helemaal op in het Engels. Zijn Engels was kennelijk beter als zijn ‘hochdeutsch’ - hij stemde ermee in dat zijn accent hem te veel rare blikken oplevert naar zijn goesting.
Wanneer het donker werd, werd het koud. Een harde kern wou nog verder uitgaan. Ik was ook bereid om wat van het Duitse nachtleven te verkennen – Ina had me een sleutel gegeven en gezegd dat ik kon kiezen wanneer ik terugkwam. Ik ondervroeg wat naar de prijzen waaraan ik me kon verwachten. Een club, de Desie genaamd, vroeg 5 euro entree, en het kostte 2 euro 70 voor een biertje: een halve liter; en dat vonden zij veel. – Vergeleken met de 3,50 à 4,50 in Wenen was dit evenwel een goedkoop.
De harde kern bleek echter groter dan verwacht. Hoewel de bar tamelijk doods was, waren we met een vrolijke bende en namen we dansvloer allen tezamen in. Ik was erg dronken en danste de hele tijd. Tot op een bepaald moment dat ik het beu was. Ik nam mijn rugzak en trok naar buiten en ik haalde mijn stadsplannetje boven. Hmmm. Die straatnamen stonden niet op mijn kaartje. Ik was een eindje van het centrum. Ik vroeg twee langswandelende meisjes waar het centrum was. Van daar zou ik het wel vinden. Dat deed ik ook. Na een 45tal minuten was ik aangekomen.
vrijdag 5 juni 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten