Mijn verblijf in Aix-en-Provence zat erop. De volgende ochtend vertrok ik na het middagmaal. Het plan was een lift naar Avignon te vinden. Ik liep richting de stadsgrenzen en schreef ‘Avignon’ op een briefje en stak dat uit naar de rijdende auto’s. Geen geluk. Geen geluk. Neen, weer geen geluk. Drie korte ritten en vier uur later werd ik afgezet aan een station, ongeveer halverwege. Een uur en tien euro later was ik in Avignon: de stad van de kapotte brug (4,5 euro en je raakt er niet eens mee aan de overkant).
Voor ik het wist stond ik voor de deur van Yannig. De deur werd geopend door een vrouw van eind de dertig die in een slecht Frans een vraag stelde waar het woord coachsurfing in voorkwam. Ik zei ja. Ze was één van de twee andere coachsurfers waar Yannig me aan telefoon al over sprak. Eenmaal bovengekomen bleek er ook een man aanwezig: “bonsjoer,” zei hij. Ik vroeg van waar hij was en hij antwoordde iets dat leek op het Frans voor ‘van Griekenland.’ Oei, dacht ik, en geen Engels… Snel bleek dat ze van Canada waren, van Vancouver - ze noemden zich Grieken die in Canada woonden. Ik schakelde over naar het Engels wat voor mij een verademing betekende.
Ik ondervroeg ze naar wat ze deden. Ze bleken al 11 maand van huis. Hun monden stroomden over van vreemde, maar geweldige verhalen. Ze hadden gefietst van Egypte naar Zuid-Afrika met een groep van ongeveer tachtig mensen. Na hun Afrika-avontuur namen ze met de fiets het vliegtuig en deden ze een toer in Europa. Daarna Tunesië, en nu waren ze voor de tweede dag in Frankrijk. Ze leken moe. De man zei dat Tunesië nog in zijn systeem zat. Het klonk wat ongemakkelijk. Hij was wat ziek, vervolledigde zijn vriendin.
We spraken verder over politiek, over de VS en de ‘Amerikanisering’ van de wereld, over Coca-Cola, over China, over toerisme, over resorts, over reizen, over mensen in het algemeen en specifiek, over onderwijssystemen, over systemen van gezondheidszorg enz. enz. Het was leuk om eens wat echt te babbelen. Ze onderhouden ook een blog met vele magnifieke foto's (klik hier) zo bleek.
De volgende dag kwam er nog wat gezelschap bij. Een tweede koppel couchsurfers zorgde ervoor dat we die avond met vijf couchsurfers bij Yannig zouden zitten. Ze waren ook Canadees, maar nu van Quebec, van een regio die even ver ligt van Vancouver als Moscou van Lissabon. Ze spraken Frans (of iets wat erop lijkt) maar hun Engels bleek al snel beter als het Frans van de andere twee Canadezen, en ook dan dat van mij. Ze waren beiden negentien (half zou oud als dat andere koppel).
We dronken wat biertjes en praatten. Het was gezellig. We aten. Vegetarisch, want de twee van Vancouver waren vegetariërs. We aten bloemkool en aardappelen met bechamelsaus. De kookkunsten van onze gastheer (een kok van opleiding) verrasten me minder dan verwacht. Na de maaltijd praatten we verder tot laat in de nacht. De man van het koppel van Vancouver toonde wat foto’s. Hij bleek een heel goede fotograaf. Ik kreeg wat de indruk dat er graten zaten in zijn retoriek van wilderniservaringen: hij leek eerder foto’s te willen maken van wilderniservaringen. We praatten lang door, hoewel ze ’s morgens vroeg uit bed moesten voor een trein naar Parijs.
Ik bleef ’s ochtends langs soezen met het geroffel en overleg van de twee van Quebec op de achtergrond. Tegen dat ik uit mijn bed kwam gingen ze even hun was gaan doen. Ik ontbeet, douchte en ruimde ook wat op. Toen ze terugkwamen stelde ik voor samen de stad te verkennen.
Het was prettig. We liepen langs de befaamde brug. Ik zag er een kopel op dansen. Te gierig om 4,50 euro te betalen om op een kapotte brug te staan, liepen we verder langs het Palais des Papes, en vervolgens de sjieke hoofdstraat op zoek naar wat te eten, en terug naar het paleis om op de pauselijke trappen onze broodjes van een halve euro op te eten.
Na onze bescheiden maaltijd gingen we terug naar het appartement. Het koppel nam afscheid en ging door. Ik bleef met Yannig achter op het appartement. Ik werkte wat aan mijn blogs en zocht naar slaapplaatsen op de website van CS (tijdrovende bezigheden). Ik praatte met Yannig over de ideale couchsurferservaring. Hij zei dat hij mijn manier goed vond, dat ik respect betuigde maar niet overdreef in het naleven van beleefdheidsvoorschriften. Gewoon direct familiaal zijn: dat is de sleutel voor een aangename couchsurfing. - Niet alleen voor couchsurfing, dacht ik bij mezelf.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten