dinsdag 23 december 2008

Een Ier, enkele homo's, en vooral veel superhelden

Ik wou van Toulouse naar Bordeaux al liftend reizen. Pierre zette me af op een oprit langs de periferie. Van daar af aan was ik aan de goede wil van de voorbijgangers overgelaten. Ik trof evenwel weinig goede wil en raakte er moeilijk weg. De koude wind blies scherp in mijn gezicht en ik betrapte mezelf op een nogal beteuterde blik. Ik was me ervan bewust dat dit niet de meest verleidelijke manier was aan een lift te raken.

Ik stond aan een oprit van de periferie met een bordje ‘Bordeaux.’ De periferie ging in de richting, elke langsrijdende chauffeur kon me helpen. Maar ik werd aangekeken met een halfbakken medelijdend ‘je suis désolé mais…’-excuus (zo’n begin van excuus dat door de snelheid van de bewegende wagen nooit tot een betekenisvol argument komt). Ik moest mezelf overtuigen om mijn kin hoog te houden en hun blikken met in een zelfbewuste kracht tegemoet te gaan. Ik veranderde verschillende keren van strategie. Ik maakte een bordje: ‘Périphérie NORD ->Bordeaux.’ En ik wachtte. Wellicht teveel woorden. Ik besloot de kaart van de buitenlandse reiziger uit te spelen en me minder nederig op te stellen – meer bepaald, op zijn Amerikaans. Ik schreef in reusachtige letters ‘NORTH’ op een blad en trachtte met een dwaas maar enigszins zelfzeker-arrogante glimlach bestuurders te lokken. Ik dacht na over al de indrukken die deze pose bij de voorbijgangers zou kunnen opleveren. Ik paste mijn strategie wat verder aan door elke bestuurder het teken te doen met duim en wijsvinger: ‘Een beetje! Gewoon een beetje verder?!’

Een jonge Fransman pakte me mee. Hij moest er eigenlijk de volgende afrit af maar hij bracht me voorbij de eerste péage en zette me af aan het eerste tankstation. Ik stelde me op voor de ingang van de shop. Ongetwijfeld de beste plaats. Ik sprak iedere klant aan met een korte introductie en de vraag om me in de richting van Bordeaux mee te nemen. Niemand was vijandig of onwelwillend en uiteindelijk trof ik een Ier, een wat oudere man met een witte BMW 5 vol rommel. Hij reed terug van een rugbywedstrijd in Carcassonne, terug naar Oxford (de gek). Hij kon me wel even meenemen, zei hij. Het draaide erop uit dat hij me aan een tramhalte vlakbij de ring van Bordeaux afzette. Heel makkelijk. Ondertussen vertelde hij hoe heel zijn leven rond rugby draaide, en hoe hij twintig jaar de Britse luchtmacht had gediend, met name tegen het Iers terrorisme in Belfast. Hij had een mooi gevuld leven gehad, hij was praktisch overal ter wereld geweest, hetzij om gevechtscommando’s op te leiden in parachutesprong, hetzij om als spotter voor een rugbyteam buitenlandse spelers aan te trekken.

In Bordeaux nam ik de tram naar het centrum. Het regende. Het regende al de hele dag. Mijn zelfgemaakt plannetje op basis van iets wat ik op Google Earth had gevonden, bleek wat groter in schaal dan ik dacht, en het wandelingetje dat ik voor ogen had bleek heel wat langer. Ik belde Jérôme. Het bleek al snel dat ik een verkeerd plannetje had gemaakt (naar de staat ‘La Roche’ en niet ‘Laroche’) en ik wachtte hem op aan een tramhalte. Hij liet lang op zich wachten. Het was donker en het regende. Ik bedacht dat mensen hier wat minder snel wegkijken, misschien omdat ze de verleidelijke uitwisseling van blikken minder snel als bedreigend aanzien.

Uiteindelijk kwam hij aan: op rollerskates – in de gietende regen. Hij had een paraplu in zijn hand. Die zwierde heen en weer. Hij leek niet erg stabiel te staan. Ik groette hem. Al snel werd duidelijk dat hij een wat slap handje had, en ook andere eigenaardigheden wezen erop dat hij een wat andere seksuele geaardheid had.

Jérôme heeft Chinese roots, maar is opgegroeid op het Franse eiland Réunion (een piepklein eilandje naast Martinique dat nog altijd officieel een deel van de Franse republiek is). Hij groette me evenwel zachtaardig en ik had niet de indruk dat ik van hem iets moest vrezen.

Hij stelde mij voor aan zijn colocataire Fabrice. David was nog op het werk. Fabrice was klaarblijkelijk ook homo. Hij was iets ouder, ergens in het begin van de dertig schatte ik. – Jérôme was 27, had ik op zijn profiel gelezen.

Het was wat vreemd om tussen twee homo’s toe te komen en ik vroeg me af of ze samen met de andere colocatair, David, een driekoppig liefdeskoppel vormden. Ik kon het me niet voorstellen (zoals het een heteroseksueel betaamd) hoe dat in zijn werk zou gaan. In feite kan ik me niets homoseksueel voorstellen zonder een zekere walging te voelen.

’s Avonds gingen we naar een feestje. Het zou een verkleedfeestje zijn bij iemand thuis. Het thema was ‘superhero’ en iedereen zou verkleed komen zijn als superhelden. Ik ging er stiekem van uit dat ik iets zou terechtkomen met veel vrouwelijke mannen maar ook veel mooie vrouwen.

Het bleek een feestje van een 22 jarig meisje, verkleed als Storm (gespeeld door Hale Berry in de film X-Men). Het was net als Hale Berry een slank, zwart meisje (maar toch net iets minder mooi). We liepen een kamertje binnen op het gelijkvloers. De kamer was lang, wit en rechthoekig en gaf uit op een toog waarachter een keukentje zat.

Eenmaal voorbij de deur was het moeilijker. De gastvrouw groeten ging als vanzelf; die twintigtal genodigden waren een andere zaak. Ik volgde mijn gastheer Jérôme en schudde achter hem aan hier en daar een hand of deelde enkele kussen uit. “Louis” – “Enchanté: Johannes.” “Maria” – “Enchanté: Johannes.” “Julien” – “Enchanté: Johannes.” Zo ging het ongeveer. Ongeveer. Na elke groet kwam nog een wenkbrauwfronsende “Quoi?!” waarop ik dan zei “Je suis Belge. Dis ‘Joan’ ou ‘Jo’ ou quelque chose.” “D’accord.”

Ik liep Jérôme verder achterna en we lieten onze drank achter aan de toog. Het grootste deel van volk stond rond de toog verzameld. Jérôme stelde me voor aan een Italiaans meisje, Maria, verkleed als muis, met oortjes en een neusje. We praatten wat.

Een smurf viel op. Hij had een blauw hemd en een witte broek aan. Zijn armen en zijn gezicht waren helemaal blauw, dezelfde kleur als zijn hemd. Op zijn hoofd had hij een rode kerstmuts, wat hem nog altijd geen superheldenstatus gaf, maar toch al iets meer als een gewone smurf. Andere ‘superhelden’ waren P-diddy (twee), de paus (een student uit Kameroen), Zorro, Asterix, Lara Croft, en nog vele anderen. Ik was superbelg – of toch alleszinds de beste Belg aanwezig. Ze vielen ervoor. Min of meer toch.

Ik dronk een rum-cola en praatte wat met Zorro en later met de twee P-diddy’s. De P-diddy’s waren vooral geïnteresseerd in drugs. Ik rookte wat hash mee en nipte mijn rum-cola leeg. De combinatie met de hash gaf me wat een terugslag. Mijn beginnende kennismaking dreigde in het gevaar te komen, en ik schakelde over naar cola. Ik babbelde een beetje met iedereen. Ik ging ergens zitten en praatte met de mensen naast me, stelde me recht en praatte met de mensen recht tegenover mij, ik ging ergens anders zitten en praatte met iemand die naast me kwam zitten.

Een ‘ssshht’ werd doorgegeven door de zaal. “Als iedereen zwijgt is er muziek!” werd er luid gefluisterd. De speakers van de laptop waren net sterk genoeg om een metalig, sissend geluid door de zaal te voeren dat aan een liedje deed denken. Even werd er meegezongen, even werd er op een ritme bewogen, maar het enthousiasme wakkerde aan en algauw werd er weer boven de muziek uitgesproken. Stephanie, het meisje dat het organiseerde, zei dat ze geen luidere muziek opzette omdat mensen anders gewoon luider zouden spreken en er nog meer lawaai voor de buren zou zijn. Slim geredeneerd, dacht ik. Er was nu al veel op straat te horen.

Ik dronk één van de Leffe’s die ik had meegebracht en praatte wat verder met wat anderen. Meisjes hadden hoge achting voor mij. Enkele meisjes maakten het dubbelzinnige grapje dat erop neerkwam dat ik zowat alle mossels in het kamertje voor het grijpen had. Ze moesten het woord voor woord uitleggen waarna het groepje afdruipend uiteenviel. Mijn succes was misschien te wijten aan het feit dat ik er met een homo was, omdat mijn enige connectie met de ‘echte’ wereld, een homo was. Hij stelde voor mij geen enkele concurrentie voor ten aanzien van de meisjes. Ik had ze voor het grijpen, want hij werd als neuter beschouwd, zoals elke homo voor een meisje, en ik werd als een soort geseksualiseerd supplement beschouwd: een neuter met nog iets – een piet.

Een meisje was geïnteresseerd in wat ik deed. Ik had mijn verhaal die avond al een tiental keren gedaan, en ik vond weinig inspiratie om het wat te variëren. Ik zei dat ik werkloos was, en dat ik zowat overal in Europa ging werkloos wezen. Ze verstond niet dat ik werkloos was en bovendien nog fier op was. Ik vertelde dat ik moeilijk werk kon zoeken omdat ik constant op verplaatsing was en de taal niet goed sprak. Ze bleef aandringen. “Waarom leer je de taal niet gewoon?” Ze vormde geleidelijk aan een oordeel over mij dat aan haar blik te zien niet zo positief was. Ze geloofde haar eigen woorden nog nauwelijks en vertelde een vriendin wat ik er deed. Die zei dat het niet waar was. Ik zei van wel. Haar vriendin vertelde haar vervolgens wat ik haar had verteld, of toch bij benadering: hij reist door heel Europa voor een jaar en doet nu een tour de France en wilt daarna naar Oostenrijk, Duitsland, Italië en Spanje om al die talen te leren en op een persoonlijke wijze in contact te komen met bewoners van het hele continent. “Was dat dan wat ik deed?” vroeg ik me af. Het klonk heel leuk zoals het uit haar mond kwam. Misschien moet ik dat dan maar zeggen in het vervolg.

De smurf had door zijn blauwe verf op zijn armen en zijn gezicht een handicap. Iedereen en alles wat hij aanraakte werd blauw. Hij leek wel radioactief. Een soort van koning Midas (diegene die alles in goud veranderde door zijn aanraking) maar moderner. Iedereen zat al onder de plekken. Hij dronk minder om zich onder controle te houden. Hij dronk cola. En de superheldinnen rond hem wezen er hem steeds nauwlettend op wanneer hij iemand dreigde aan te raken. Hij mocht niet bewegen. Maar hij wou dansen. Hij mocht niet, dus hij zong, samen met enkele superheldinnen. En ze zongen Franse chansons, naar goeie Franse smurfengewoonte.

Storm vertelde me dat haar roots in Cuba lagen. Ze was zwart, Cubaans, en ze had zowat half de wereld afgereisd. Ze hield van reizen. Ze was om die redenen ook bij couchsurfing gekomen. (Die ‘ik hou van reizen’ leek achteraf bezien wel een retoriek om het gesprek in de positieve trant verder te laten gaan, en onze gelijkenissen te benadrukken. Want wat was dat reizen wel voor haar? Wellicht een constant ontwortelen, een constant verhuizen en opnieuw beginnen.)

Het werd later en grappiger, maar we werden ook moe. Jérôme zag er behoorlijk dronken uit. Hij wou nog een laatste pintje drinken voor we op weg gingen en dronk een Leffe. Ik dronk een Heineken en legde het woord ‘afwaswater’ uit in het Frans.

En zo gingen we op weg. Jérôme vertelde dat Fabrice de Italiaanse Maria en haar twee vriendinnen had mee naar huis genomen omdat ze geen slaapplek hadden. Ik hoorde allerlei hints tussen zijn woorden door. Fabrice ging ze in Jérômes kamer te slapen leggen. Ze waren met drie en hij had slechts een dubbel bed. Hij zou dus zelf ergens anders moeten slapen. Maar hij wist nog niet goed waar. Ik zei medevoelend dat dat wel vervelend was voor hem. Ik voelde een conclusie aankomen die ik niet kon dragen en ontwikkelde een twijfelende angst. Voorbarige conclusies of niet? Hij zei uiteindelijk dat hij wel in ‘dat kleine, onconfortabele bedje’ op de kamer van Fabrice zou slapen. Hij leek het echter niet geheel overtuigd te zeggen, en enkel omdat ik met het voorstel kwam aanzetten om bij mij te slapen. Ik wou er niet aan denken, en ik liet hem (met een dubbel gevoel) geruststellend weten dat het hem wel zou lukken om te slapen bij Fabrice.

Het was 4 uur 30 tegen ik sliep. Jérôme liep nog twee keer langs om naar de keuken te gaan. Tegen negen uur ’s morgens kwamen de meisjes naar beneden. Het duurde lang vooraleer ze naar beneden kwamen en ik kon moeilijk slapen met de gedachte dat ze straks naast me zouden staan. Ik verstopte mijn hoofd onder mijn deken, wachtend tot ze weg waren.

Ik sliep wat verder maar werd algauw opnieuw verstoord. Herhaaldelijk. Tegen 12 uur stond ik uiteindelijk op, met David en zijn vriendin aan de ontbijttafel net naast mijn bed. Ik wikkelde me in mijn kimono/peignoir en ging me douchen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten