We reden na een maand Andalusië de grens over met Murcia, een veel kleinere provincie met de gelijknamige stad Murcia als hoofdstad. Het was een klein stadje. Het gold als een arm stadje voor grote delen van haar geschiedenis en dat viel af te lezen aan haar historische architectuur.
donderdag 8 oktober 2009
De zinloze uitstap naar Albalote
Gerardo pikte ons op bij Paco met zijn auto. Hij sprak enkel Spaans wat dit de eerste couchsurfingconfrontatie maakte waarin we ons met enkel Spaans (en gebarentaal) moesten behelpen. Christen deed dit toegegeven alvast heel wat beter dan ik. Ik voelde me ook niet goed. Mijn kuch was de laatste dagen in een behoorlijk agressieve hoest veranderd en ik kon me soms niet houden bij het hoesten.
Paco’s geweldige introductie van Granada
Na al het opgestapelde ongeluk van de laatste dagen leek elke toegeving van het lot een gunst van jewelste. Zo was ook ons verblijf bij Paco in Granada. Het kwam als één groot geschenk. We werden afgehaald aan de bushalte door Paco, een goedlachse grote, atletische beginnende dertiger samen met zijn vriend José, een iets oudere kerel, beginnend veertiger zo. Het was zondag. Beiden waren ze de avond voordien uitgeweest. Paco verontschuldigde zich voor zijn stem, die na een hele avond praten, drinken en roken wat schor klonk.
Toeristische toer van Sevilla
Sevilla is één van Spanje’s indrukwekkendste steden. Een stad die met haar Moorse erfgoed het hele jaar door een flinke aanstroom toeristen weet aan te trekken. Na Madrid, Barcelona en Valencia, is Sevilla met haar 700.000 inwoners de vierde stad van Spanje (ter vergelijking: Malaga is de zesde). Het heeft ook het grootste historische centrum dat met al zijn paleizen en pleinen en wijken met doolhoven aan steegjes de uitgelezen plek is voor een romantisch uitje. Iets voor Christen en ik dus.
Een lawine van pech
De weg bleek echter, eenmaal door het portaal, een klein, sprookjesachtig stadje in te leiden. Het wegje was smal en kronkelde zich met zijn ver uiteen staande treden omhoog tussen allemaal kleine witte huisjes, sommige gedecoreerd met wat keramiek, anderen eenvoudig effen wit. Het was als een dorp in het centrum van de stad, het historische centrum, zo redeneerden we, en we liepen verder naar boven, over de geplaveide weg die in langzame bochten de berg opsteeg. De straten waren quasi leeg. Verderop zagen we enkele kinderen in zwembroek aan een fonteintje met water spelen. Ze hadden plastieken flessen die ze vulden en vervolgens over zichzelf uitgoten. Ze poseerden gewillig en trokken bekken.
De Spaanse Britse Olga
De weg van Malaga naar Velez leidde ons langs kilometers aan betonnen nederzettingen. De hele kuststrook volgebouwd met schaamteloos lelijke complexen. Eigendommen van Duitsers, Engelsen, Nederlanders, Skandinaviërs, Belgen… We reden langs vele verlaten bouwwerven ook. “Hier bouwen wij,” stond te lezen op de restant van afgetakeld werfbord. Maar er werd nu net niks gebouwd. Op vele plaatsen was de grond reeds voor verkaveling gereedgemaakt, de werfborden stonden er al, maar de geldstroom (uit het noorden) scheen plotseling opgedroogd. Overal prachtige symbolen voor Spanjes financiële crisis (ongetwijfeld één van de ernstigsten). Overal stukken van Spanjes al zo fragiele ecosysteem vernietigd, om plaats te ruimen voor de rijken uit het noorden. Maar die waren blijkbaar plots tot het besef gekomen dat het toch niet zo’n goed idee is om te investeren in Europa’s lelijkste kustlijn. Genivelleerde stukken land, met hier en daar wat werfafval, en dan zo’n werfbord, meer was er niet aan te zien. De bus reed door het trieste landschap door naar Velez Malaga.
Mojitoman
Op de zaterdag na mijn tweede lesweek, tevens de dag waarop mijn verblijf ten einde was gekomen, werd Christen door een bus naar mij gebracht, heel de weg van Salamanca naar Malaga aan één stuk, een rit van 11 uren. Ze was moe, maar zoals dat dan gaat in romantische vertellingen: moe maar toch blij me weer te zien. Verdere clichés bespaar ik u.
Abonneren op:
Posts (Atom)